18-02-14

Precies 35 jaar geleden werden de 21e 500 Mijlen van Daytona werden verreden.

Vandaag, dinsdag 18 februari 2014, is het precies 35 jaar dat op zondag 18 februari 1979 de 21e 500 Mijlen van Daytona werden verreden.
Nogal wat kenners beschouwen deze race als één van de belangrijkste wedstrijden in de geschiedenis van het stockcar racen. De race lag aan de basis van de huidige populariteit van deze sport die veruit de populairste autosporttak in de Verenigde Staten is en de vierde populairste sport in dat land.

Het weekend begon al dramatisch toen er tijdens de 300 Mijlsrace die op zaterdag werd gereden een zwaar ongeluk gebeurde waarvan Don Williams het ergste slachtoffer werd. De crash begon toen Freddie Smith de controle over zijn wagen verloor en werd aangereden door Joe Frasson wiens wagen vervolgens in brand vloog. Frasson werd vervolgens op volle snelheid geraakt door Delma Cowart. Don Williams reed vlak achter Cowart en probeerde de kettingbotsing te voorkomen. Zijn wagen kwam terecht te midden een regen van rondvliegend puin. Williams geraakte zwaar gewond aan hoofd en borst en belandde in een coma die meer dan tien jaar zou duren tot aan zijn dood op 21 mei 1989. Hij werd 42 jaar.




De 500 Mijlen van Daytona die een dag later, vandaag dus precies 35 jaar geleden, werden verreden was de eerste 500-mijlsrace die in zijn geheel live op de nationale televisie in de Verenigde Staten zou worden uitgezonden. Tot dan werd van de meeste races alleen het einde uitgezonden.
De race zag ook twee nieuwe innovatieve toepassingen van tv-camera's: De “in-car”-camera en de "speed shot" die beiden nu als vanzelfsprekend worden beschouwd in autosportverslaggeving.
Een meevaller voor CBS, dat voor de uitzending instond, was dat een groot gedeelte van het noordoosten en delen van het Midwesten van de Verenigde Staten getroffen werd door één van de zwaarste sneeuwstormen van de toen laatste 50 jaar waardoor veel meer mensen dan normaal de dag achter hun TV doorbrachten.

Na 199 ronden van telkens 2.5 mijl, goed voor bijna drie en halfuur racen, gingen Donnie Allison en Cale Yarborough wiel aan wiel de laatste ronde in. In een ultieme poging van Yarborough om Allison voorbij te geraken, raakten beide wagens elkaar verschillende malen om uiteindelijk samen net voor de laatste bocht in de muur te belanden. Yarborough zei hierover later de legendarische woorden: “He crashed me. So, hell, I crashed him back”. Onder de meeslepende TV-commentaar van David Hobbs en Ken Squier won Richard Petty, die met meer dan een halve ronde achterstand op de derde plaats lag, voor de zesde keer in zijn carrière de race door Darrell Waltrip met een autolengte voor te blijven.

 

Richard-Petty-9439013-1-402.jpg
Richard Petty


Ondertussen waren Donnie Allison en Cale Yarborough aan de andere kant van de piste in een stevige woordenwisseling gewikkeld. De gemoederen raakten totaal verhit nadat ook Bobby Allison, de broer van Donnie, zijn wagen ter hoogte van de heethoofden tot stilstand bracht en er een heus gevecht uitbrak tussen Yarborough en de beide broers Allison. 15 miljoen mensen over heel de Verenigde Staten konden alles live volgen en de dag erna was de race hét gespreksonderwerp op straat en de werkvloer en haalde de frontpagina van zowat alle kranten.

 

1979-daytona-500-fight1.jpg


Op dat moment besefte waarschijnlijk niemand dat deze gebeurtenissen het stock car-racen uit zijn schaduw hadden gehaald om in de daarop volgende decennia onder de vleugels van de overkoepelende NASCAR-organisatie uit te groeien tot één van de meest populaire en spectaculairste sporten in de Verenigde Staten.

Beide rijders kregen een boete van $80.000. Achteraf gezien hadden zij eigenlijk moeten beloond worden voor de publiciteit die ze het NASCAR racen hadden bezorgd.




Cale Yarborough zou de 500 Mijlen van Daytona nog twee keer winnen alvorens hij eind 1988 stopte met racen. Hij is nu 74.

1972%20Michigan%20Cale%20Yarborough%20in%20car.jpg
Cale Yarborough

 

Donnie Allison won geen enkele NASCAR race meer. In 1981 geraakte hij zwaar gewond bij een ongeluk tijdens een race op de Charlotte Motor Speedway.




Daarna reed hij niet veel races meer en stopte in de loop van 1988. Ook hij is nu 74 jaar.

 

da-002.jpg
Donnie Allison


Zijn broer Bobby won de Daytona 500 nog twee keer en werd in 1983 NASCAR kampioen. Hij reed zijn laatste NASCAR race in 1988 en is nu 76 jaar.

ba-001.jpg
Bobby Allison

 
Zijn twee zonen kwamen om het leven in een racewagen. Zijn jongste zoon Clifford was 27 toen hij in 1992 tijdens oefenritten op de Michigan International Speedway verongelukte. Zijn drie jaar oudere broer Davey kwam minder dan een jaar later om het leven toen zijn helikopter aan de Talladega Superspeedway crashte bij de landing. Zijn passagiers overleefden het ongeluk. Davey Allison zelf overleed een dag later aan zijn verwondingen. Hij werd 32 jaar. Een jaar eerder had hij de 500 Mijlen van Daytona gewonnen.

 

DaveyAllison.jpeg
Davey Allison


Ook winnaar Richard Petty kende zijn portie tegenslag. Zijn vader Lee had in 1959 de eerste Daytona 500 gewonnen, was drievoudig NASCAR kampioen en overleed in 2000 op 86-jarige leeftijd, drie dagen nadat zijn achterkleinzoon en Richard’s kleinzoon Adam Petty zijn debuut had gemaakt in het stockcar-racen. Adam verongelukte een maand later op slechts 19-jarige leeftijd aan de gevolgen van verwondingen opgelopen tijdens oefenritten voor de NASCAR race op de New Hampshire Motor Speedway onder de ogen van zijn vader Kyle die ook zou deelnemen aan de race. Richard Petty is nu 76 jaar oud.

 

BS-PETTY-A-SWEENEY.jpg
Drie van de vier generaties Petty:
V.l.n.r.: Adam, Kyle en Richard