15-07-14

Vandaag is het precies 100 jaar geleden dat de Thaise autocoureur Prince Bira werd geboren.

Vandaag, dinsdag 15 juli 2014, is het precies 100 jaar geleden dat op woensdag 15 juli 1914 in Bangkok de Thaise autocoureur Prince Bira werd geboren.

bira-b-press-association.jpg

Prince Bira

Prince Bira, wiens volledige naam Birabongse Bhanutej Bhanubandh was, komt in de jaren 20 naar Engeland om van een Westerse opleiding te genieten. Daarmee zet hij de traditie voort van zijn vader – die de Thaise post oprichtte – en zijn hervormingsgezinde grootvader Mongkut (koning Rama IV van Siam) die tussen 1862 en 1867 de Britse gouvernante Anna Leonowens in dienst nam om zijn kinderen een Westerse opleiding te geven. In 1870 publiceerde Anna Leonowens haar memoires over haar verblijf aan het hof. Dit boek vormde de basis voor de succesvolle musical “The King and I” uit 1951 en de gelijknamige film uit 1956 met Yul Brynner en Deborah Kerr.

TheKingAndI_Poster1.jpg

 Affiche van de film “The King and I” uit 1956


Na de vroegtijdige dood van zijn moeder in 1918 en zijn vader in 1928 wordt Prince Bira onder de voogdij geplaatst van de iets oudere en eveneens in Engeland verblijvende Prince Chula, de zoon van Bira’s veel oudere neef.
Prince Chula houdt zich bezig met een raceteam genaamd, White Mouse Racing. Daar krijgt Prince Bira de racemicrobe te pakken en in 1932 krijgt hij voor zijn 18e verjaardag een wagen. Als hij drie jaar later 21 wordt krijgt hij een ERA racewagen en de toelating om aan races deel te nemen. Datzelfde jaar rijdt hij op het circuit van Brooklands zijn eerste race.
Omdat Thailand nog geen nationale racekleuren heeft, schildert Bira zijn wagen lichtblauw naar de kleur van een jurk die een Deens meisje droeg op een avondfeest.

Bira_ERA.jpg

De ERA in de Thaïse racekleuren

In 1938 trouwt hij met Cyril Heycock, het zusje van een van zijn medestudenten op Eton die hij zes jaar eerder had leren kennen. Het huwelijk eindigt in 1949.

 

prinsBirabongseBhanubanvanThailandenCyrilHeycock12-01-381.jpg

Huwelijk met Cyril Heycock

Tot aan de Tweede Wereldoorlog neemt hij, niet zonder succes, deel aan verschillende Grote Prijzen én aan de 24 uur van Le Mans in 1939 met Raymond Sommer in een Alfa Romeo (opgave), maar hij behaalt toch het meeste succes in de lagere Voiturette klasse.
 

25_a.jpg

De Alfa Romeo #25 van Bira/Sommer

 
Na de Tweede Wereldoorlog neemt hij in 1947 de draad terug op. In een Maserati wint hij de Grand Prix des Frontières in Chimay.
Een jaar later wint hij opnieuw in een Maserati de eerste autorace ooit die op het toen nieuwe circuit van Zandvoort in Nederland werd georganiseerd.
 

4564765326_7f85f15e90_z.jpg

Prince Bira in actie op het gloednieuwe circuit van Zandvoort

In 1950 wordt voor de eerste keer het wereldkampioenschap Formule 1 georganiseerd en op 13 mei staat Bira op het Britse circuit van Silverstone aan de start van de allereerste WK-manche ooit. Jammer genoeg moet hij de strijd staken.
Later dat jaar wordt hij 5e in Monaco en 4e in Zwitserland. Maar hij beëindigt het seizoen zoals hij het begon, met een opgave in Monza.
Op 18 december 1951 hertrouwt Bira met de Argentijnse Chelita Hovard, met wie hij een zoon krijgt.
Zijn meest succesvolle seizoen beleeft hij in 1954.
Op 6 juni wint hij voor de tweede keer de Grand Prix des Frontières in Chimay maar een week later
moet hij bij zijn tweede deelname aan de 24 uren van Le Mans, deze keer samen met Peter Collins in een Aston Martin, ’s nachts opgeven na een ongeval.
 

47c2c-34.jpg

Bira in Chimay in 1954


 

le mans 1954.jpg

De Aston Martin #20 na de crash


Maar op 4 juli zet hij tijdens de Grote Prijs van Frankrijk op het circuit van Reims zijn beste resultaat neer. In een Maserati eindigt hij als vierde achter de twee debuterende en ongenaakbare Mercedessen van Juan Manuel Fangio en Karl Kling en de Ferrari van Robert Manzon.
 

EjMvI.jpg

Frankrijk 1954: Bira in zijn Maserati op weg naar zijn mooiste prestatie

Daarna neemt hij nog deel aan de Grote Prijzen van Groot-Brittannië en Duitsland maar op 24 oktober rijdt hij in het Spaanse Pedralbes voor de 19e en laatste keer een manche voor het wereldkampioenschap Formule 1.
In 1955 wint hij nog de niet voor het WK meetellende Grote Prijs van Nieuw-Zeeland maar aan het einde van dat seizoen houdt hij het voor bekeken.
In 1956 keert Bira terug naar Thailand. Chelita volgt haar man, maar zij kan niet wennen aan het leven in Thailand en keert, samen met haar zoontje, terug naar Frankrijk. De echtscheiding volgt in datzelfde jaar. Zijn zoon blijft bij zijn moeder wonen totdat hij op 17-jarige leeftijd overlijdt aan leverkanker.
Datzelfde jaar later neemt hij als zeiler deel aan de Olympische Spelen van Melbourne. Hij zal er ook bij zijn in 1960, 1964 en 1972.
In 1957 trouwt Bira met de veel jongere, Thaise, Salika Kalantanonda, maar ook dit huwelijk eindigt in een echtscheiding en wel in hetzelfde jaar. Bira vertrekt naar Frankrijk nadat Salika hem verlaten heeft.
Vervolgens hertrouwt Bira nog twee keer: in 1959 met Arunee Chuladakoson (geboren op 15 september 1930), maar dit huwelijk eindigt in 1964 in een echtscheiding en in 1967 hertrouwt hij met Chuanchom Chaiyananda. Dit laatste huwelijk houdt stand tot 1980;
Ex-echtgenote Cyril keert na de dood van haar partner Bruno terug naar Engeland en in 1983 besluiten Bira en Cyril voor een tweede keer met elkaar te trouwen.
Op 23 december 1985 overlijdt Bira op Baron's Court Underground Station in London op 71-jarige leeftijd aan een hartaanval. Niemand weet wie die oude, Aziatische man is. In zijn zakken wordt een handgeschreven briefje gevonden dat Scotland Yard laat onderzoeken door de Universiteit van Londen. Daaruit blijkt dat het in het Thai is geschreven, geadresseerd aan prins Bira. De Koninklijke Thaise Ambassade wordt op de hoogte gesteld en dan blijkt al gauw dat het om prins Bira zélf gaat;

Prince Bira werd niet de enige autocoureur met adellijke wortels die successen haalde op de racebaan. De Zwitserse Baron Emmanuel “Toulo” de Graffenried (1914–2007), de Spaanse Markies Alfonso de Portago, die in 1957 samen met zijn ploegmaat en negen toeschouwers om het leven kwam tijdens de Mille Miglia in Italië, de Duitse graaf Wolfgang Berghe von Trips, die in 1961 op het circuit van Monza tijdens de Italiaanse Grote Prijs om het leven kwam, en de Nederlandse Jonkheer Carel Godin de Beaufort, die overleed aan de gevolgen van een zwaar ongeluk tijdens de kwalificatieritten voor de Grote Prijs van Duitsland van 1964 op de Nürburgring, traden in zijn voetsporen.
Ook de Nederlandse tweevoudige Le Mans-winnaar Gijs van Lennep, de Schotse oud-Formule 1 coureur en Le Mans winnaar markies Johnny Dumfries en de Belgische rallyrijder Grégoire de Mevius hebben adellijke wortels.

Ook vandaag wordt die traditie voort gezet en niet door de minste. In het Europees Formule Renault 1.6 kampioenschap, een kampioenschap voor jonge rijders die uit de karting komen, maakt dit jaar de 16-jarige Ferdinand Habsburg zijn debuut. Zoals zijn naam al doet vermoeden is dit een telg uit het Oostenrijkse keizergeslacht Habsburg. En niet zomaar een telg! Ferdinand Zvonimir von Habsburg, wiens Twitternaam niet toevallig “DoubleEagle62” is, is de achterkleinzoon van Karl I, tot 1918 de laatste keizer van Oostenrijk-Hongarije.

Wappen_Kaisertum_Österreich_1867_(Mittel).png

 
Zowel de grootvader als de vader van Ferdinand waren eerstgeboren zonen zodat hij naast autocoureur ook toekomstig hoofd is van het Habsburgse Huis. Dus, als die dekselse Gavrilo Princip 100 jaar geleden in Sarajevo Ferdinand’s verre oom Franz-Ferdinand geen kogel door zijn kroonprinselijke bast had gejaagd, had “unsere schnelle Ferdie” na de dood van zijn vader keizer kunnen worden…!

267_1209088059370731.jpg

 

17-04-14

Vandaag wordt de Italiaanse gewezen Formule 1-coureur Riccardo Patrese 60 jaar. Proficiat!

Vandaag, donderdag 17 april 2014, wordt de op zaterdag 17 april 1954 in Padua geboren Italiaanse gewezen Formule 1-coureur Riccardo Patrese 60 jaar. Proficiat!

RiccardoPatrese.jpg


Riccardo Patrese was van 13 november 1988 tot 7 november 1993 recordhouder van het meest aantal gereden Formule 1-races. Tussen zijn debuut bij de Grote Prijs van Monaco van 22 mei 1977 en zijn afscheidsrace op 7 november 1993 in Australië nam hij tijdens een periode van meer dan 15 jaar de start van 256 Grote Prijzen. Het had er nog eentje meer kunnen zijn als hij in 1979 in Argentinië tijdens de eerste ronde niet tot opgave was gedwongen en de race op hetzelfde moment niet was afgevlagd wegens een massale aanrijding waardoor hij niet meer aan de start kon verschijnen van de re-start.

Nochtans zag het er aan het begin van zijn carrière niet naar uit dat hij zo lang zou meedraaien in de Formule 1. Hij werd namelijk door nogal wat van zijn collega’s verantwoordelijk gehouden voor het dodelijk ongeval van Ronnie Peterson in Monza op 10 september 1978.





De Grand Prix Driver's Association verbood hem zelfs om deel te nemen aan de daarop volgende Grote Prijs van de Verenigde Staten. In 1981 werd hij echter door een rechtbank vrij gepleit van alle schuld aan het ongeval.
Een jaar later won hij in Monaco, op het circuit waar hij vijf jaar eerder zijn debuut had gemaakt, na een turbulent slot zijn eerste Grote Prijs.




In 1983 won hij de Grote Prijs van Zuid-Afrika maar daarna zou hij zes en een half jaar moeten wachten op zijn volgende zege in San Marino in 1990. Geen enkele Formule 1-piloot heeft zoveel geduld moeten oefenen op een nieuwe zege!
Voor de laatste Grand Prix van 1987 verving hij bij Williams de tijdens de testritten van de GP van Japan gekwetste Nigel Mansell. Hij zou uiteindelijk vier jaar bij het Britse team blijven en er vier van zijn in totaal zes behaalde Grote Prijzen winnen.
Op 15 juli 1990 werd hij in Groot-Brittannië de eerste Formule 1-piloot ooit die 200 Grote Prijzen had gereden.
Tijdens de Grote Prijs van Portugal in 1992 kwam hij met de schrik vrij na een spectaculaire crash.


 

Hij beëindigde dat seizoen als tweede in de eindstand van het Wereldkampioenschap Formule 1 achter zijn ploegmaat Nigel Mansell.
Riccardo Patrese overbrugde tijdens zijn carrière de link met drie generaties Formule 1-piloten. Bij zijn debuut reed hij nog samen met rijders zoals Niki Lauda, Mario Andretti, Emerson Fittipaldi, James Hunt en zelfs Jacky Ickx. In de jaren 80 waren Nelson Piquet, Alain Prost, Nigel Mansell en Ayrton Senna zijn concurrenten. Tijdens zijn laatste seizoen was hij de ploegmaat van Michael Schumacher.

Patrese 1977-1993.jpg

Riccardo Patrese bij zijn debuut in 1977 (links) en zijn afscheidsrace in 1993 (rechts)


Het was precies de concurrentie met Schumacher die hem uiteindelijk deed besluiten de helm aan de haak te hangen. Na de dood van Senna enkele maanden later werd hij door Williams gevraagd de plaats van de Braziliaan in te nemen maar Patrese weigerde.
Op 25 mei 2008 evenaarde Rubens Barrichello in Monaco het record van Riccardo Patrese dat toen al 15 jaar overeind stond. De Braziliaan zou na een carrière van 19 jaar op 27 november 2011 zijn 322e en laatste Grote Prijs rijden.
Patrese was ondertussen ook de tweede plaats in de ranglijst van langst actieve Formule 1-piloten kwijtgeraakt. Bij zijn comeback in 2010 na drie jaar onderbreking evenaarde ook Michael Schumacher op 16 mei 2010 in… Monaco de reeks van Patrese. Schumacher klokte eind 2012 af op 308 Grote Prijzen.

27-03-14

Vandaag wordt de Amerikaanse autocoureur Cale Yarborough 75 jaar. Proficiat!

Vandaag, donderdag 27 maart 2014, wordt de op maandag 27 maart 1939 in Timmonsville (South Carolina) geboren Amerikaanse autocoureur Cale Yarborough 75 jaar. Proficiat!

11_yarborough_1980.jpg


Cale Yarborough is één van de meest succesvolle NASCAR piloten uit de geschiedenis. Hij behaalde de NASCAR titel in 1976, 1977 en 1978, in 1977 zelfs zonder ook maar één enkele opgave te laten noteren! Alleen Richard Petty en Dale Earnhardt met elk zeven titels, Jimmie Johnson met zes en Jeff Gordon met vier titels deden beter. Maar driemaal op rij de titel binnenhalen deed alleen Jimmie Johnson hem achterna (2006, 2007, 2008, 2009 en 2010).

11CaleYarborough1977Cam2MotorOil400Michigan.jpg

Cale Yarborough in 1977

Cale Yarborough won vier keer de 500 mijlen van Daytona (1968, 1977, 1983 en 1984). Alleen Richard Petty deed beter met zeven overwinningen (1964, 1966, 1971, 1973, 1974, 1979, 1981). En samen met diezelfde Richard Petty en Sterling Marlin (1994–1995) is hij de enige die dit tweemaal op rij kon doen.

Cale @ Daytona cl.JPG

Cale Yarborough en de wagen waarmee hij in 1968 de Daytona 500 won

1233533_orig.jpg

Cale Yarborough in Daytona 500

Hij maakte zijn debuut in het NASCAR-racen in 1957 tijdens de klassieke “Southern 500” op het legendarische circuit van Darlington, een wedstrijd die hij uiteindelijk vijf maal zou winnen (1968, 1973, 1974, 1978 en 1982).



Op 20 november 1988 reed hij na een carrière van 31 jaar en meer dan 500 races in Atlanta zijn laatste race op een circuit waarop hij zeven maal wist te winnen. Drie jaar eerder had hij zijn laatste overwinning behaald.
Het was ook Cale Yarborough die betrokken was bij het legendarisch geworden en live op tv uitgezonden gevecht met de broers Donnie en Bobby Allison na afloop van de Daytona 500 van 1979 (zie ook hier).




Cale Yarborough verscheen tweemaal als gast in de bekende jaren ’80 serie “The Dukes of Hazzard”.


25-02-14

Vandaag zou de Franse autocoureur François Cevert 70 jaar geworden zijn.

Vandaag, dinsdag 25 februari 2014, zou de op vrijdag 25 februari 1944 in Parijs geboren Franse autocoureur François Cevert 70 geworden zijn. Hij overleed op zaterdag 6 oktober 1973 in Watkins Glen op 29-jarige leeftijd aan de gevolgen van een zware crash tijdens de oefenritten voor de Grote Prijs van de Verenigde Staten.
 

747.jpgFrançois Cevert



François Cevert’s echte naam was Albert François Goldenberg. Hij was de zoon van de Joods-Russische juwelier Charles Goldenberg (1901-1985) en Huguette Cevert. Om beter aan de Jodenvervolging tijdens de Tweede Wereldoorlog te ontsnappen kregen de kinderen van Charles en Huguette de naam van hun moeder.
Zijn oudere zus Jacqueline trouwde met Jean-Pierre Beltoise (*1937), een autocoureur die in 1967 zijn debuut maakte in de Formule 1. Op die manier kwam François vanaf 1966 in contact met de wereld van de autosport. Via de Formule 3 (1968) en Formule 2 (1969).
Tijdens een Formule 2-race op het Londens circuit van Crystal Palace op 25 mei 1970 had de toen regerende wereldkampioen Formule 1 Jackie Stewart de nodige moeite om de jonge Fransman achter zich te laten.
15 dagen eerder had de Fransman Johnny Servoz-Gavin zich niet kunnen kwalificeren voor de Grote Prijs van Monaco waarna hij het autoracen voor bekeken hield. Daardoor kwam het Tyrrell-team van Jackie Stewart meteen een rijder tekort voor de rest van het seizoen. Stewart herinnerde zich de jonge Fransman waartegen hij in Chrystal Palace had gereden en tipte teameigenaar Ken Tyrrell. Die ging op de suggestie in en op 20 juni 1970 maakt Cevert tijdens de Grote Prijs van Nederland op het circuit van Zandvoort zijn debuut in de Formule 1. Tijdens deze race komt de Brit Piers Courage om het leven.
   

j_stewart___f_cevert___j_rindt__netherlands_1970__by_f1_history-d5ko94n.jpg

Grote Prijs van Nederland 1970: Jackie Stewart (#5) voor François Cevert (#6)



Aan de zijde van Jackie Stewart, die voor een groot deel ook de rol van mentor op zich neemt, toont Cevert al snel zijn talenten.
In 1971 wint hij in de Verenigde Staten zijn eerste Grand Prix en eindigt derde in het wereldkampioenschap.


 Cevert.jpg

François Cevert wint zijn eerste en enige Grote Prijs



Het seizoen 1972 is matiger. Cevert komt niet verder dan twee tweede plaatsen. Samen met de Nieuw-Zeelander Howden Ganley eindigt hij in een Matra Simca wel als tweede in de 24 uren van Le Mans achter ploegmaats Henri Pescarolo en Graham Hill.


Cevert in Le Mans.jpg

François Cevert in de 24 uren van Le Mans van 1972



In 1973 komt domineren Stewart en Cevert in hun Tyrrell’s het WK. Cevert eindigt zesmaal als tweede waarvan driemaal achter ploegmaat Stewart
Als Stewart na de Grote Prijs van Italië op 9 september 1973 zeker is van zijn derde wereldtitel en velen er van uit gaan dat hij na afloop van dat seizoen zal stoppen met autoracen, zijn nogal wat kenners het er dan ook over eens dat de knappe, getalenteerde en beloftevolle Cevert vanaf 1974 als dé kanshebber voor de wereldtitel moet worden gezien.
Maar dan komt de Grote Prijs van de Verenigde Staten op het circuit waar hij twee jaar eerder zijn eerste Grand Prix zege boekte. Tijdens de kwalificatieritten op zaterdag slipt de Tyrrell van Cevert en belandt ondersteboven op de vangrail. De jonge Fransman maakt geen schijn van kans.
 

Francois Cevert.JPG


De dood van François Cevert was de directe aanleiding voor zijn ploegmaat Jackie Stewart om zijn afscheid van de autosport met één dag te vervroegen. In tegenstelling tot zijn zwager Beltoise zou Stewart ’s anderendaags namelijk niet meer starten in de Grote Prijs.

12683807_113984909095.jpg

Het graf van François Cevert



Cevert werd begraven in “Le Cimétière De Vaudelnay” in het stadje Vaudelnay russen Nantes en Tours.

Zie ook mijn vorige posts:
http://dutje63.skynetblogs.be/archive/2008/10/06/maandag-6-oktober-2008-francois-cevert-en-helmut-koinigg-kom.html
http://dutje63.skynetblogs.be/archive/2012/04/26/vandaag-donderdag-26-april-2012-wordt-de-op-26-april-1937-in.html

22-02-14

Vandaag wordt de Oostenrijkse autocoureur Niki Lauda 65 jaar. Proficiat!

Vandaag, zaterdag 22 februari 2014, wordt de op dinsdag 22 februari 1949 in Wenen geboren Oostenrijkse autocoureur Niki Lauda 65 jaar. Proficiat!

Lauda vroeger en nu.jpg

Lauda is op dit moment de achtste oudste nog levende wereldkampioen Formule 1 na Jack Brabham (87), John Surtees (80), Jackie Stewart (74), Mario Andretti (73), Alan Jones (67), Emerson Fittipaldi (67) en Keke Rosberg (65 jaar en vader van huidig Formule 1-piloot Nico Rosberg).
Met zijn drie wereldtitels (1975, 1977, 1984) is Lauda één van de negen autopiloten die minstens drie maal wereldkampioen Formule 1 werden. De anderen zijn Michael Schumacher (7x), Alain Prost (4x), Sebastian Vettel (4x) en Jack Brabham, Nelson Piquet, Ayrton Senna en Jackie Stewart die allen ook driemaal wereldkampioen werden.
Samen met Alain Prost is Lauda één van de twee wereldkampioenen die na afscheid te hebben genomen van het Formule 1-racen een comeback maakten en nog eens wereldkampioen werden.
Lauda was, toen hij in 1975 voor het eerst wereldkampioen werd, met zijn 26 jaar de tweede jongste wereldkampioen uit de geschiedenis na Emerson Fittipaldi die 25 was. Ondertussen kwamen wel Sebastian Vettel, Lewis Hamilton en Fernando Alonso die allemaal nog jonger waren.
Toen hij in 1984 voor het laatst de wereldtitel behaalde was hij 35 jaar, de negende oudste wereldkampioen ooit.
In 1984 werd Niki Lauda wereldkampioen met een half puntje voorsprong op Alain Prost. Dat is nog steeds een record. In 1976 verloor hij de wereldtitel van James Hunt met slechts één puntje.


18:16 Gepost door dutje in autosport | Permalink | Commentaren (0) | Tags: niki lauda, alain prost |  Facebook |

20-02-14

Vandaag wordt de Amerikaanse autocoureur Bobby Unser 80 jaar. Proficiat!

Vandaag, donderdag 20 februari 2014, wordt de op dinsdag 20 februari 1934 in Colorado Springs (Colorado) geboren autocoureur Bobby Unser 80 jaar. Proficiat!

The-1981-Indianapolis-500-Bobby-Unser.jpg

Bobby Unser

Bobby Unser is één van de meest succesvolle Amerikaanse autocoureurs. Hij is één van de tien piloten die de 500 Mijlen van Indianapolis minstens drie maal wist te winnen. Samen met zijn landgenoot Rick Mears is hij de enige coureur die dit wist te doen in drie verschillende decennia (1968, 1975, 1981).
In 1979 en 1980 eindigde hij als tweede in het CART-kampioenschap, het Amerikaanse equivalent van de Formule 1.

1000x1000.jpg

Bobby Unser wint in 1969 voor de eerste keer de Indianapolis 500

Indy75_018s.jpg

Bobby Unser wint in 1975 voor de tweede keer de Indianapolis 500

In 1968 nam hij deel aan de Grote Prijs van de Verenigde Staten Formule 1. Na 35 ronden moest hij zijn BRM aan de kant zetten met een opgeblazen motor. Het zou bij deze ene uitstap in de Formule 1 blijven.
Tenslotte is hij met 13 zeges ook recordhouder in aantal overwinningen in de legendarische Pikes Peak Hill Climb. Hij won er in 1956, 1958, 1959, 1960, 1961, 1962, 1963, 1964, 1966, 1968, 1969, 1974 en 1986.

Unser first in race for Pikes Peakµ.jpg


In 1981 was hij samen met Mario Andretti betrokken bij de controverse rond de Indianapolis 500 van dat jaar. Tijdens een gele-vlagperiode maakten beide piloten een pitstop en haalden, toen ze terug de baan opkwamen, respectievelijk acht en twee andere wagens in. Bobby Unser werd één plaats terug gezet in de uitslag zodat Mario Andretti de overwinning in de schoot kreeg geworpen. Het duurde bijna vijf maanden eer de uitspraak werd herzien en Bobby zijn zege terug kreeg. De hele zaak zou hem $1.000.000 gekost hebben.



De veelbesproken actie van Unser en Andretti tijdens de Indianapolis 500 van 1981

Aan het eind van dat jaar trok hij zich ontgoocheld terug uit de racerij. De wedstrijd blijft tot op de dag van vandaag de gemoederen verhitten en is de geschiedenis in gegaan als “De Onbesliste Indy 500”.

Andretti INdy 500 winner over UNser.jpg

Indy 500 controversy.jpg

 

unser.jpg

 

Bobby Unser is ook een lid van de bekende autosportfamilie Unser. Zijn broers Jerry Unser (1932-1959) en Al Unser Sr. (*1939), zijn zoon Robby Unser (*1968) en verschillende van zijn neven (Al Unser Jr. *1962, Johnny Unser *1958) racen ook.

Veel van zijn successen behaalde Bobby Unser in een wagen van het raceteam van Roger Penske. Zo behaalde hij zijn veel besproken zege in de Indy 500 van 1981 aan het stuur van een Penske.

Geboren op zaterdag 20 februari 1937 in Shaker Heights (Ohio) is het deze Roger Penske die vandaag 77 jaar wordt. Proficiat!

s1_1.jpg

Roger Penske



Roger Penske was eerst zelf een niet onaardig autopiloot maar in 1965 richtte hij zijn eigen raceteam op. Penske Racing was geboren. Penske was sindsdien actief in de meeste takken van de autosport zoals daar zijn: Formule 1, IndyCar, NASCAR, Can-Am, sportwagens e.a.
De lijst van piloten die voor hem reden is zo mogelijk nog indrukwekkender: Mark Donohue, Gary Bettenhausen, Gordon Johncock, Tom Sneva, Bobby Allison, Mario Andretti , Rick Mears, Bobby Unser, Al Unser, Danny Sullivan, Emerson Fittipaldi, Paul Tracy, Al Unser Jr., Gil de Ferran, Hélio Castroneves, Sam Hornish Jr., Ryan Briscoe, Will Power, A.J. Allmendinger, Juan Pablo Montoya e.a..
Zijn team won 15 keer de Indianapolis 500, elf keer het Indy Car Kampioenschap, één keer de Daytona 500, één keer het NASCAR kampioenschap, twee keer de Can-Am Series, één keer de 24 uren van Daytona en één keer de 12 uren van Sebring.

CanAm.jpg

George Follmer in de Porsche 917 van Penske Racing waarmee hij dat jaar het Can Am kampioenschap won

 

5CB46BE36DC8A113EC6EEFD13810.jpg

In 2008 wint Ryan Newman (#12) de 500 Mijlen van Daytona voor Penske Racing

HCastronevesIndy.jpg

In 2009 wint Roger Penske zijn (voorlopig) laatste Indianapolis 500 met de Braziliaan Hélio Castroneves



Tijdens de drie jaren dat Roger Penske actief was in de Formule 1 (1974-1976) overleed in 1975 de Amerikaan Mark Donohue aan de gevolgen van een crash tijdens de oefenritten voor de Grote Prijs van Oostenrijk Formule 1. Donohue bestuurde een March die was ingezet door het Team van Roger Penske.





Een ander dieptepunt in het leven van Roger Penske was de dood van de Uruguayaan Gonzalo Rodriguez aan het stuur van één van zijn wagens tijdens de trainingsritten op het circuit van Laguna Seca in 1999 en het dodelijk ongeval van de Canadees Greg Moore minder dan twee maanden later op de California Speedway in Fontana. Moore had die zomer een contract getekend om vanaf 2000 voor Roger Penske te gaan rijden.


18-02-14

Precies 35 jaar geleden werden de 21e 500 Mijlen van Daytona werden verreden.

Vandaag, dinsdag 18 februari 2014, is het precies 35 jaar dat op zondag 18 februari 1979 de 21e 500 Mijlen van Daytona werden verreden.
Nogal wat kenners beschouwen deze race als één van de belangrijkste wedstrijden in de geschiedenis van het stockcar racen. De race lag aan de basis van de huidige populariteit van deze sport die veruit de populairste autosporttak in de Verenigde Staten is en de vierde populairste sport in dat land.

Het weekend begon al dramatisch toen er tijdens de 300 Mijlsrace die op zaterdag werd gereden een zwaar ongeluk gebeurde waarvan Don Williams het ergste slachtoffer werd. De crash begon toen Freddie Smith de controle over zijn wagen verloor en werd aangereden door Joe Frasson wiens wagen vervolgens in brand vloog. Frasson werd vervolgens op volle snelheid geraakt door Delma Cowart. Don Williams reed vlak achter Cowart en probeerde de kettingbotsing te voorkomen. Zijn wagen kwam terecht te midden een regen van rondvliegend puin. Williams geraakte zwaar gewond aan hoofd en borst en belandde in een coma die meer dan tien jaar zou duren tot aan zijn dood op 21 mei 1989. Hij werd 42 jaar.




De 500 Mijlen van Daytona die een dag later, vandaag dus precies 35 jaar geleden, werden verreden was de eerste 500-mijlsrace die in zijn geheel live op de nationale televisie in de Verenigde Staten zou worden uitgezonden. Tot dan werd van de meeste races alleen het einde uitgezonden.
De race zag ook twee nieuwe innovatieve toepassingen van tv-camera's: De “in-car”-camera en de "speed shot" die beiden nu als vanzelfsprekend worden beschouwd in autosportverslaggeving.
Een meevaller voor CBS, dat voor de uitzending instond, was dat een groot gedeelte van het noordoosten en delen van het Midwesten van de Verenigde Staten getroffen werd door één van de zwaarste sneeuwstormen van de toen laatste 50 jaar waardoor veel meer mensen dan normaal de dag achter hun TV doorbrachten.

Na 199 ronden van telkens 2.5 mijl, goed voor bijna drie en halfuur racen, gingen Donnie Allison en Cale Yarborough wiel aan wiel de laatste ronde in. In een ultieme poging van Yarborough om Allison voorbij te geraken, raakten beide wagens elkaar verschillende malen om uiteindelijk samen net voor de laatste bocht in de muur te belanden. Yarborough zei hierover later de legendarische woorden: “He crashed me. So, hell, I crashed him back”. Onder de meeslepende TV-commentaar van David Hobbs en Ken Squier won Richard Petty, die met meer dan een halve ronde achterstand op de derde plaats lag, voor de zesde keer in zijn carrière de race door Darrell Waltrip met een autolengte voor te blijven.

 

Richard-Petty-9439013-1-402.jpg
Richard Petty


Ondertussen waren Donnie Allison en Cale Yarborough aan de andere kant van de piste in een stevige woordenwisseling gewikkeld. De gemoederen raakten totaal verhit nadat ook Bobby Allison, de broer van Donnie, zijn wagen ter hoogte van de heethoofden tot stilstand bracht en er een heus gevecht uitbrak tussen Yarborough en de beide broers Allison. 15 miljoen mensen over heel de Verenigde Staten konden alles live volgen en de dag erna was de race hét gespreksonderwerp op straat en de werkvloer en haalde de frontpagina van zowat alle kranten.

 

1979-daytona-500-fight1.jpg


Op dat moment besefte waarschijnlijk niemand dat deze gebeurtenissen het stock car-racen uit zijn schaduw hadden gehaald om in de daarop volgende decennia onder de vleugels van de overkoepelende NASCAR-organisatie uit te groeien tot één van de meest populaire en spectaculairste sporten in de Verenigde Staten.

Beide rijders kregen een boete van $80.000. Achteraf gezien hadden zij eigenlijk moeten beloond worden voor de publiciteit die ze het NASCAR racen hadden bezorgd.




Cale Yarborough zou de 500 Mijlen van Daytona nog twee keer winnen alvorens hij eind 1988 stopte met racen. Hij is nu 74.

1972%20Michigan%20Cale%20Yarborough%20in%20car.jpg
Cale Yarborough

 

Donnie Allison won geen enkele NASCAR race meer. In 1981 geraakte hij zwaar gewond bij een ongeluk tijdens een race op de Charlotte Motor Speedway.




Daarna reed hij niet veel races meer en stopte in de loop van 1988. Ook hij is nu 74 jaar.

 

da-002.jpg
Donnie Allison


Zijn broer Bobby won de Daytona 500 nog twee keer en werd in 1983 NASCAR kampioen. Hij reed zijn laatste NASCAR race in 1988 en is nu 76 jaar.

ba-001.jpg
Bobby Allison

 
Zijn twee zonen kwamen om het leven in een racewagen. Zijn jongste zoon Clifford was 27 toen hij in 1992 tijdens oefenritten op de Michigan International Speedway verongelukte. Zijn drie jaar oudere broer Davey kwam minder dan een jaar later om het leven toen zijn helikopter aan de Talladega Superspeedway crashte bij de landing. Zijn passagiers overleefden het ongeluk. Davey Allison zelf overleed een dag later aan zijn verwondingen. Hij werd 32 jaar. Een jaar eerder had hij de 500 Mijlen van Daytona gewonnen.

 

DaveyAllison.jpeg
Davey Allison


Ook winnaar Richard Petty kende zijn portie tegenslag. Zijn vader Lee had in 1959 de eerste Daytona 500 gewonnen, was drievoudig NASCAR kampioen en overleed in 2000 op 86-jarige leeftijd, drie dagen nadat zijn achterkleinzoon en Richard’s kleinzoon Adam Petty zijn debuut had gemaakt in het stockcar-racen. Adam verongelukte een maand later op slechts 19-jarige leeftijd aan de gevolgen van verwondingen opgelopen tijdens oefenritten voor de NASCAR race op de New Hampshire Motor Speedway onder de ogen van zijn vader Kyle die ook zou deelnemen aan de race. Richard Petty is nu 76 jaar oud.

 

BS-PETTY-A-SWEENEY.jpg
Drie van de vier generaties Petty:
V.l.n.r.: Adam, Kyle en Richard




11-02-14

Vandaag wordt de Britse autocoureur John Surtees 80 jaar. Proficiat!

Vandaag, dinsdag 11 februari 2014, wordt de op zondag 11 februari 1934 in Tatsfield (Surrey) geboren Britse autocoureur John Surtees 80 jaar. Proficiat!

John-Surtees_54391319914_54115221154_600_396.jpg

John Surtees


Surtees is na de nu 87-jarige Australiër Jack Brabham de oudste nog levende wereldkampioen Formule 1.
Van 1952 tot 1960 is hij actief als motorrijder en wint het Wereldkampioenschap 500cc vier maal (1956, 1958, 1959 en 1960). In die drie laatste Jaren wint hij ook het WK voor 350cc zodat hij in totaal zeven wereldtitels verzamelt in het motorrijden.

 

john_surtees_avon_1957-63.jpg


In 1960 maakt hij zijn debuut in de Formule 1 tijdens de Grote Prijs van Monaco. Anderhalve maand later behaalt hij in Engeland in nog maar zijn tweede Grote Prijs meteen de tweede plaats. Drie jaar later wint hij op de legendarische Nürburgring zijn eerst Grand Prix.

Surtees 1963.jpg

Overwinning op de Nürburgring in een Ferrari 156


Het jaar daarop wordt Surtees wereldkampioen Formule 1 in een Ferrari. Daardoor is hij de enige die er in slaagt om zowel op de motorfiets als in een Formule 1-auto wereldkampioen te worden.
Datzelfde jaar eindigt hij samen met Lorenzo Bandini (1935-1967) als derde in de 24 uren van Le Mans waardoor hij er mee voor zorgt dat de eerste drie plaatsen voor Ferrari zijn.
Surtees is actief in de Formule 1 van 1960 tot 1972. In 1966 start hij zijn eigen raceteam op waarmee hij aanvankelijk actief is in de Verenigde Staten. In 1970 zet hij de stap naar Formule 1. Tweemaal staan zijn wagens op het podium: in 1972 in Italië dankzij de tweede plaats van Surtees’ landgenoot Mike Hailwood(1940-1981), ook een gewezen wereldkampioen in het motorracen. Een jaar later wordt de Braziliaan Carlos Pace (1944–1977) derde in Oostenrijk. Surtees blijft met zijn F1 renstal actief tot 1978. Dan zet hij er door gebrek aan geld en resultaten een punt achter.

Pace in Surtees.jpg
Carlos Pace in de Grote Prijs van Oostenrijk


In 2006 maakt zijn zoon Henry zijn debuut als autopiloot. In 2009 neemt deze deel aan het Formule 2-kampioenschap maar op 19 juli slaat het noodlot toe op het circuit van Brands Hatch. Een losgekomen wiel van de gecrashte wagen van Jack Clarke botst op Henry’s helm. Later op de dag overleed John’s zoon aan zijn verwondingen. Hij was nauwelijks 18 jaar…


Het dodelijk ongeval van Henry Surtees



John Surtees was actief tijdens twee van de meest gevaarlijke decennia uit de geschiedenis van het auto –en motorracen en reed op legendarische maar levensgevaarlijke circuits zoals op Isle of Man, Dundrod, Assen, Francorchamps, Nürburgring, Monza, Le Mans en Solitude. Hij kwam er zonder kleerscheuren uit. Daardoor is het des te tragischer dat, in een tijdperk waarin de kans op dodelijke race ongevallen gevoelig is afgenomen, zijn zoon het leven liet op een racebaan.

Hailwood en Cecotto.jpg

Mike Hailwood en Johnny Cecotto

Surtees was niet de enige succesvolle motorracer die ook zijn kans waagde als autocoureur. We haalden Mike Hailwood al aan maar verder denken we aan de Venezolaan Johnny Cecotto (*1956) die tussen 1983 en 1984 23 Grote Prijzen F1 reed, Wayne Gardner (*1959) en Gregg Hansford (1952-1995) die actief werden in het Australische Toerwagenracen en Eddie Lawson (*1958) bracht het tot in de Amerikaanse CART-Series.

14:12 Gepost door dutje in autosport | Permalink | Commentaren (0) | Tags: surtees |  Facebook |

23-03-13

Zaterdag 23 maart 1963: 50 jaar geleden werden de 12de 12 uren van Sebring verreden.

Vandaag, zaterdag 23 maart 2013, is het precies 50 jaar geleden dat op zaterdag 23 maart 1963 de 12de 12 uren van Sebring werden verreden.

_Sebring-1963-03-23.jpg

De wedstrijd ging van start onder een bewolkte en koude hemel.

Sebring start 1.jpg

Sebring start.jpg

#20 Jaguar E-type Jaguar van Bruce McLaren die 8e zou worden, #14 Shelby Cobra van stockcar rijder Fireball Roberts,  #24 Ferrari 250 GTO van Roger Penske die 4e zou worden en #18 van Pedro Rodriguez en Graham Hill die derde zou worden


Na 12 uren racen, waarin 1749km werden afgelegd, wonnen de Brit John Surtees en de Italiaan Ludovico Scarfiotti in een Ferrari 250P deze bekende uithoudingsrace voor hun ploeggenoten Willy Mairesse uit België en de Italianen Nino Vaccarella –die de wedstrijd in 1970 zou winnen- en Lorenzo Bandini.

winnende Ferrari Sebring.jpg

De winnende Ferrari

De Mexicaan Pedro Rodriguez en de Brit Graham Hill werden in een Ferrari 330 van het Amerikaanse N.A.R.T. team derde.

Krantenartikel Sebring.jpg




John Surtees is vandaag 79 jaar. Ludovico Scarfiotti kwam in 1968 om het leven tijdens een heuvelklimwedstrijd in het Duitse Berchtesgaden.
Nino Vaccarella is drie weken geleden 80 jaar geworden, Willy Mairesse pleegde in 1969 in Oostende zelfmoord en Lorenzo Bandini verongelukte in 1967 tijdens de Grote Prijs van Monaco.
Pedro Rodriguez kwam in 1971 om het leven op de Norisring en Graham Hill vond 1975 de dood bij een vliegtuigcrash.

07-03-13

Donderdag 7 maart 2013: de Amerikaanse autopilote Janet Guthrie wordt 75 jaar!

Vandaag, donderdag 7 maart 2013, wordt de op 7 maart 1938 in Iowa geboren Amerikaanse autopilote Janet Guthrie 75 jaar! Proficiat!

Janet Guthrie.jpg


Guthrie was op 20 februari 1977 de eerste vrouw die deelnam aan de 500 Mijlen van Daytona en op 29 mei van datzelfde jaar de eerste vrouw die deelnam aan de 500 Mijlen van Indianapolis.

Janet Guthrie in Daytona in 1977.jpg
Janet Guthrie in Daytona in 1977

Janet Guthrie in Indianapolis in 1977.jpg
Janet Guthrie in Indianapolis in 1977



In Daytona eindigde ze als 12e, in Indianapolis moest ze na 27 ronden de strijd staken na technische problemen aan haar Lightning-Offy. In 1978 finishte ze in Indianpolis op een mooie 9e plaats maar het jaar daarop moest ze al na drie ronden opgeven technische problemen aan haar Lola-Cosworth. In 1980 kon ze zich niet meer kwalificeren. Eerder dat jaar was ze wel nog als 11e geëindigd in de Daytona 500.

Janet Guthrie Nu.jpg
Janet Guthrie nu

Guthrie kreeg navolging. In Daytona finishte Shawna Robinson in 2002 als 24e en Danica Patrick eindigde vorig jaar als 38e maar startte op 24 februari van dit jaar als allereerste vrouw ooit vanop de eerste startplaats om als 8e over de meet te komen. Het beste resultaat ooit van een vrouw in de Daytona 500!

Shawna Robinson.jpg
Shawna Robinson

Danica Patrick Daytona.jpg
Danica Patrick in Daytona

1168px-Danica_Patrick_2009_Indy_500_Pole_Day.JPG
Danica Patrick in Indianapolis


In Indianapolis schreef de Zuid-Afrikaanse Desiré Wilson zich driemaal in (1982, 1983 en 1984) maar kon zich geen enkele keer kwalificeren.
De Amerikaanse Lyn St. James nam tussen 1992 en 2000 zeven maal deel met als beste resultaat een 11e plaats in 1992.

Lyn St James.jpg
Lyn St. James


Haar landgenote Sarah Fisher nam tussen 2000 en 2001 negen maal deel maar kwam nooit verder dan een 17e plaats.

Sarah Fisher.jpg
Sarah Fisher


De Venezolaanse Milka Duno nam tussen 2007 en 2010 drie maal deel maar deed nooit beter dan de 19e plaats.

Milka Duno.jpg
Milka Duno


De Zwitserse Simona de Silvestro nam de voorbije drie jaar deel en kwam bij haar eerste deelname in 2010 als 14e over de eindstreep, tot op heden haar beste resultaat.

Simona de Silvestro.jpg
Simona de Silvestro


Ook de Braziliaanse Ana Beatriz was er de voorbije drie jaar bij en eindigde zowel in 2010 als in 2011 als 21e.

Ana Beatriz.jpg
Ana Beatriz


De Britse Pippa Mann werd in 2011 20e en haar landgenote Katherine Legge kwam vorig jaar als 22e over de meet.

Pippa Mann.jpg
Pippa Mann

 

Katherine Legge.jpg
Katherine Legge


Het meest succesvol was ook hier de Amerikaanse Danica Patrick. Zij debuteerde in 2005 in de Indy 500 en nam zeven maal op rij deel. In 2009 eindigde ze als derde, het beste resultaat ooit van een vrouw in de Indianapolis 500.
Sinds 2007 stonden er altijd minstens drie vrouwen aan de start van de 500 Mijlen van Indianapolis, in 2010 en 2011 zelfs vier.